Werken in beveiligde ruimtes

We weten dat niet iedereen tot iedere ruimte toegang hoeft te hebben. Dat voorkomen we door onze toegangscontrolesystemen (of die nu elektronisch zijn of niet, doet niet ter zake). Maar toch zal er wel eens iemand in die ruimte moeten zijn om werkzaamheden uit te voeren.

Daarom de vraag:
Zijn er eisen voor het werken in beveiligde ruimtes?

Misschien heb je er nog niet over nagedacht, maar ook aan het werken in beveiligde ruimtes moeten we eisen stellen. Dat doen we omdat het blijkbaar een kritische ruimte is en we graag controle willen houden op alles wat daarbinnen gebeurt. Maar dat doen we net zo goed om de medewerker die er zijn werkzaamheden uitvoert te beveiligen.

Als er maar weinig mensen toegang hebben tot de ruimte en als we er maar zelden komen, dan willen we het natuurlijk wel weten als er iemand naar binnen gaat. We willen niet na een aantal dagen een collega vermissen en tot de conclusie komen dat die al die tijd al in elkaar gezakt in de beveiligde ruimte ligt. Nee, we willen dat deze medewerker zich veilig kan voelen maar ook zijn werkzaamheden kan doen. We kunnen bijvoorbeeld afspreken dat de medewerker ieder uur even iets van zich laat horen, we kunnen het verbieden dat iemand in zijn eentje in de ruimte is of we kunnen de medewerker een alarmknop meegeven. Zomaar een paar mogelijkheden die we kunnen overwegen.

Maar goed, we moeten ook de spullen in die ruimte beveiligen. Waarom staan ze anders in een beveiligde ruimte? Waarschijnlijk zijn ze kritiek voor het voorbestaan van onze organisatie of vertegenwoordigen ze een grote waarde. We moeten er dus voor zorgen dat de medewerker weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Mag er bijvoorbeeld gegeten en gedronken worden in die ruimte? Houden we deze ruimte een beetje opgeruimd of gebruiken we hem stiekem ook als opslagruimte (niemand die het weet, toch?).

We moeten niet doorschieten als het gaat om beveiligde ruimtes. Geen ruimtes zo benoemen dus die het eigenlijk niet zijn, maar andersom ook echt die ruimtes benoemen waarvan we oprecht vinden dat ze beveiligd moeten worden.

Wat we ook bedenken om de ruimtes en de medewerkers in die ruimten te beveiligen, we moeten de eisen kenbaar maken en aan ze uitleggen. Vervolgens moeten we er op toezien dat ze ook worden nageleefd en ja, dat leidt weer tot een andere vraag: wie mag er controleren?

Laten we de beveiligingsbeambte toe tot de ruimte om te kunnen controleren of is de inhoud van de ruimte daar te kritisch of te waardevol voor? En als hij er niet in mag, wie mag dat dan wel? Keuzes, keuzes. En die ruimte? Moet die nog schoongemaakt worden? En mag de schoonmaker dat doen, met het risico dat hij er een stekker uittrekt om zijn stofzuiger van stroom te kunnen voorzien? Maar ja, als hij het niet doet, wie houdt de ruimte dan schoon? Die medewerker vast niet, want dat hoort niet tot zijn of haar taken. Ook hier, keuzes, keuzes, keuzes.

Hoe je er ook mee omgaat. Denk er over na, weeg de keuzes goed af en maak een beslissing. Leg die beslissing vast en maak richtlijnen voor diegene die er zijn of haar werkzaamheden moeten doen. Heb jij zelf wel toegang tot die ruimte (onder het mom van beveiliging)? Weeg dat dan voor jezelf ook nog eens af, wil je wel toegangsrechten en hoe lang ben je er al niet geweest? Wil jij dan het risico lopen om aangekeken te worden als het een keer fout is gegaan of als je je toegangspas een keer hebt uitgeleend? Nee? Dan zullen we de toegangsautorisaties er nog eens op na moeten slaan en van een ieder die er niets te zoeken heeft de rechten af moeten nemen.

Boekenlegger op de permalink.