Aanwezigheid van brandblusmiddelen

We doen er van alles aan om het te voorkomen, we slaan brandbare materialen veilig op, we zorgen dat apparaten goed worden onderhouden en we hopen dat het ons nooit overkomt, toch is de kans op brand altijd aanwezig. Juist daarom willen we middelen hebben om een brand snel te ontdekken (rook- en brandmelders) maar daarna moeten we ook de middelen hebben om die brand te blussen.

De vraag:
Zijn de juiste soort brandblusmiddelen vastgelegd en aanwezig?

Natuurlijk bellen we eerst 112 als we een brand constateren. Maar wat doen we daarna? Rennen we hard naar buiten en hopen we dat de brandweer snel arriveert? Of gaan we met water en brandblusmiddelen aan de gang om te voorkomen dat de brand zich verder uitbreidt? Wat je ook besluit, zorg ervoor dat de medewerkers weten wat ze moeten doen. Zorg ervoor dat ze het gebouw snel kunnen verlaten en zorg ervoor dat er medewerkers zijn die om weten te gaan met kleine blusmiddelen.

Misschien zijn we snel geneigd om de waterslang erbij te pakken en de boel flink nat te spuiten. Dat kan, maar niet in alle gevallen. Het kan zomaar zijn dat water de brand alleen maar verergert. Elektriciteit, vetten, olie en benzine blussen we nooit met water. Voor je het weet staat de boel echt in lichterlaaie.

We moeten onderscheid maken in het soort blusmiddel dat we gaan gebruiken. Eigenlijk is het blussen een ABC-tje. De meeste poederblussers zijn geschikt voor:

  • Het blussen van vaste stoffen (A-Branden)
  • Het blussen van vloeistofbranden (B-branden)
  • Het blussen van een gas brand (C-branden)

Daarnaast zijn er nog koolzuursneeuwblussers (CO2) en sproeischuimblussers. Je ziet al dat het kiezen van het juiste blusmiddel een ingewikkelde zaak kan zijn. Juist daarom is het goed een aantal medewerkers te trainen in het gebruik van dergelijke middelen.

Bij die training leren ze dan direct op welke wijze ze met welk middel welke brand moeten blussen. Ze leren dat ze een brand moeten blussen met de wind in de rug en ze weten dat ze met meerdere blussers tegelijk een grotere brand te lijf moeten gaan.

Zo, de brand is achter de rug, het smeult en stinkt nog wel een beetje maar verder is er weinig meer aan de hand. De blusmiddelen kunnen we weer opbergen, toch? Nou, misschien is het verstandig om ze eerst weer bij te laten vullen. Je weet immers nooit wanneer we ze weer nodig hebben. Het is sowieso een goed plan om de blusmiddelen periodiek te laten controleren. Zijn ze niet over de datum? Zijn ze nog gevuld? Zijn ze klaar voor gebruik?

Wie zich nu nog afvraagt waarom we al die moeite zullen nemen, raakt misschien overtuigd als we de statistieken er bij pakken. Zo’n 80% van de bedrijven gaat in het eerste jaar na een flinke brand failliet en nog eens 10% gaat het tweede jaar failliet. De kans dat jouw organisatie dus nog bestaat na een grote brand is maar 10%. Toch een feit om over na te denken en een aspect om niet al te lichtzinnig mee om te gaan.

Boekenlegger op de permalink.